ECLI:NL:RBHAA:2006:AY5781

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
1 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
15/500809-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Malsch
  • Honig
  • Tielenius Kruythoff
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 56 SvArt. 27 SvArt. 3a OpiumwetLijst I Opiumwet
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onrechtmatig onderzoek aan lichaam zonder toestemming officier van justitie

Op 31 mei 2006 voerde de Douane op Schiphol een verscherpte controle uit waarbij een speurhond reageerde op een man die verdacht werd van het bij zich dragen van verdovende middelen. De man werd overgedragen aan surveillance-collega's en meegenomen voor nader onderzoek. Tijdens een lijfsvisitatie met ontkleding ontdekte een douaneambtenaar een afwijkende verdikking in de kleding van de verdachte.

De rechtbank stelde vast dat een onderzoek aan het lichaam alleen mag plaatsvinden op grond van artikel 56 van Pro het Wetboek van Strafvordering, waarbij ernstige bezwaren moeten bestaan en toestemming van een hulpofficier van justitie of officier van justitie vereist is. In deze zaak bleek niet dat de lijfsvisitatie met ontkleding was uitgevoerd met de vereiste toestemming. De betrokken douaneambtenaren en coördinator Schipholteam waren geen hulpofficier of officier van justitie.

De rechtbank oordeelde dat hierdoor sprake was van een onrechtmatig onderzoek aan het lichaam van verdachte. Dit leidde tot onrechtmatig verkregen bewijs en daarmee tot een onrechtmatige aanhouding. Het bewijs dat uit dit onderzoek voortkwam moest worden uitgesloten, waardoor het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen. De verdachte werd vrijgesproken en het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatig onderzoek aan het lichaam zonder toestemming officier van justitie.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
VESTIGING SCHIPHOL
SECTOR STRAFRECHT
MEERVOUDIGE STRAFKAMER
Parketnummer: 15/500809-06
Uitspraakdatum: 1 augustus 2006
Tegenspraak
VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 juli 1006 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans gedetineerd in de P.I. Flevoland, Huis van Bewaring Almere Binnen te Almere.
1. Tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 31 mei 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 2.970,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd. De verdachte moet daarom worden vrijgesproken.
Ten aanzien van het tenlastegelegde overweegt de rechtbank in het bijzonder dat uit de stukken en het onderzoek op de terechtzitting het volgende is gebleken:
3.1 Op 31 mei 2006 is door de Douane een verscherpte controle uitgevoerd op vlucht KL714 vanuit Paramaribo;
3.2 Blijkens het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1], ambtenaar van de belastingdienst, bevoegd inzake de douane, en tevens buitengewoon opsporingsambtenaar(dossierparagraaf 1.1), oefende deze op Schiphol controlewerkzaamheden uit met de rijksspeurhond. Deze speurhond reageerde op een manspersoon en ging naast hem zitten, hetgeen erop duidt dat deze man mogelijk verdovende middelen met zich meevoert;
3.3 Hierop zijn de collega's van de ‘surveillance’ op de hoogte gesteld en is de manspersoon aan hen overgedragen. Zij namen de man mee naar een wachtruimte voor nader onderzoek;
3.4 Blijkens het proces-verbaal van bevindingen van twee (mannelijke) verbalisanten, [verbalisant 2] en [verbalisant 3], bevoegde douaneambtenaren en tevens buitengewoon opsporingsambtenaren (de rechtbank begrijpt de afkorting b.o.a. aldus) (dossierpagina 1.1), heeft verbalisant [verbalisant 2] aan verbalisant [verbalisant 3] verzocht om op de manspersoon een lijfsvisitatie met ontkleding uit te voeren. Verbalisant [verbalisant 2] heeft van de coördinator schipholteam, toestemming gekregen om deze lijfsvisitatie met ontkleding uit te voeren.
3.5 Tijdens deze visitatie voelde verbalisant [verbalisant 2] een afwijkende verdikking rondom het geslachtsdeel van de manspersoon. Nadat verbalisant [verbalisant 2] verdachte vroeg om zijn onderbroeken uit te trekken, waaraan verdachte vervolgens voldeed, zag genoemde verbalisant in een van de onderbroeken pakketten ingenaaid.
De rechtbank is met betrekking tot het voorgaande van oordeel dat:
3.6 Bij het gebruik van een op het opsporen van verdovende middelen afgerichte speurhond sprake is van controlemiddel, dat bij het aantreffen van deze goederen resulteert in de verdenking niet van het overtreden van de Douanewet, maar van de Opiumwet;
3.7 Op het moment dat de hond naast een persoon gaat zitten, zoals verbalisant [verbalisant 1] heeft gerelateerd, er sprake is van de verdenking dat de persoon verdovende middelen met zich meevoert en is die persoon 'verdachte' in de zin van artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafvordering: er bestaat dan een redelijk vermoeden van schuld;
3.8 Op het moment, dat door verbalisant [verbalisant 2] een afwijkende verdikking in de kleding wordt aangetroffen er sprake is van ernstige bezwaren in de zin van art 56 van Pro het Wetboek van Strafvordering;
3.9 Onderzoek aan en in het lichaam alleen plaats kan vinden op grond van artikel 56 van Pro het Wetboek van Strafvordering indien er ernstige bezwaren jegens een verdachte zijn, en indien de hulpofficier van justitie of officier van justitie heeft bepaald dat onderzoek aan of in het lichaam plaats dient te vinden en dat het onderzoek in het lichaam door een arts op een besloten plaats plaatsvindt.
Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat verbalisant [verbalisant 2] dan wel de coördinator Schipholteam, [coordinator 1] , hulpofficier van justitie of officier van justitie is en ook anderszins is niet gebleken dat de lijfsvisitatie bij verdachte is geschied met toestemming van de hulpofficier van justitie of officier van justitie als bedoeld in artikel 56 van Pro het Wetboek van Strafvordering, hetgeen inhoudt dat er sprake is geweest van een onrechtmatig onderzoek aan het lichaam van verdachte.
De wetgever heeft het recht op eerbiediging en bescherming van de persoonlijke levenssfeer en recht op onaantastbaarheid van het lichaam expliciet willen regelen via art. 56 van Pro het Wetboek van Strafvordering en dus via de opdracht/toestemming van een hulpofficier van justitie of officier van justitie. Een en ander brengt met zich dat er sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs, zodat de aanhouding van verdachte onrechtmatig is geweest.
Het vervolgens verkregen bewijs is als onrechtmatige vrucht van deze aanhouding aan te merken, zodat alle door dit onderzoek verkregen bewijsmiddelen moeten worden uitgesloten van het bewijs en verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde feit.
4. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Beveelt de opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis en beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.
Gelast de teruggave aan verdachte van:
- 1.00 STK Vliegticket, KLM 074 4449244930 5;
- 2.00 STK Claimtag 0192 py 571154 en nr 0192 py 571153;
- Geld Nederlands 4 x 100 euro;
- Geld Nederlands 12 x 50 euro.
9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. Malsch, voorzitter,
mrs. Honig en Tielenius Kruythoff, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. Van Os,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 augustus 2006.
Mr. Malsch is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.