ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ0019
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Roelvink - Verhoeff
- M.J. Leijdekker
- J.H. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over afschrijving geactiveerde huurvorderingen en cessie om niet tussen dga en BV
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of eiseres, een BV met een directeur-grootaandeelhouder (dga), afschrijving mag toepassen op geactiveerde huurvorderingen die door de dga om niet aan de BV zijn gecedeerd. De cessie betreft huurtermijnen van onroerende zaken voor de periode 1995 tot 2005.
De rechtbank onderscheidt de fiscale behandeling vóór en na 1 januari 2001. Voor die datum is afschrijving op de geactiveerde huurvorderingen niet toegestaan, conform een arrest van de Hoge Raad uit 2003. Dit arrest bepaalt dat het voordeel uit de cessie om niet bij de BV moet worden belast zonder aftrek van afschrijving, omdat de inkomsten anders dubbel worden belast. De rechtbank oordeelt dat dit arrest niet strijdig is met de Grondwet of internationale verdragen.
Vanaf 2001 is de situatie gewijzigd door de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001, waardoor de dga in box 3 wordt belast over de waarde van de verhuurde panden. Hierdoor vervalt het heffingslek dat eerder bestond. De rechtbank stelt dat vanaf 2001 afschrijving op de geactiveerde huurvorderingen wel is toegestaan, omdat het voordeel niet langer bij de BV wordt belast. Dit leidt tot een correctie van de aanslag vennootschapsbelasting, waarbij afschrijving en oprenting worden toegelaten voor het deel van het boekjaar 2001.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, handhaaft de aanslag met een vastgesteld verlies van -/- €117.819, en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Er is geen grond voor schadevergoeding buiten de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt het verlies vast op -/- €117.819 met toekenning van proceskostenvergoeding.