Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van
[eiseres] en [eiser] , uit [plaats] , eisers
het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- het voor zover als nodig functie- en obstakelvrij maken van het werkgebied;
- het afschermen van het werkgebied door het plaatsen van een tijdelijk raster;
- graaf, opslag en transportwerkzaamheden ten behoeve van het aanbrengen van de stabiliteitsberm;
- het inzaaien van de stabiliteitsberm, het aanpassen van de op- en afrit zodat deze zal aansluiten op de huidige situatie, het nieuw aan te leggen dijkprofiel en de openbare weg;
- tevens kan het werkgebied worden gebruikt voor het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden voor het (ver)leggen van kabels en leidingen;
- de aanleg, het wijzigen en het in stand houden van de stabiliteitsberm en het bestaande waterstaatswerk.
p.m.
p.m.
nihil
- Schade als gevolg van het tijdelijk gebruik van het weiland (post 3) € 1.435
- Schade als gevolg van gedogen kabels en leidingen (post 4) € 1.872,84
- Reconstructie hekwerk weiland (post 5)
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 13 mei 2024 voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding voor schadepost 7;
- voorziet zelf in de zaak door de schadevergoeding voor schadepost 7 vast te stellen op € 5.118,18 inclusief BTW te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2023 tot aan de dag van de algehele betaling;
- vernietigt het besluit van 13 mei 2024 voor wat betreft de hoogte van de vergoeding voor de deskundigenkosten;
- voorziet zelf in de zaak door het bedrag van de vergoeding voor de deskundigenkosten vast te stellen op € 22.088,30 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2023 tot aan de dag van de algehele betaling;
- laat het beluit van 13 mei 2024 voor het overige in stand;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868 aan proceskosten aan eisers;
- bepaalt dat het college het door eisers betaalde griffierecht ter hoogte van € 187 moet vergoeden.