ECLI:NL:RVS:2020:88
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek nadeelcompensatie wegens grondwaterstijging na werkzaamheden Elsbemden
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn verzoek om nadeelcompensatie door het waterschap Limburg. De grondwaterstand was als gevolg van werkzaamheden aan de Elsbemden structureel verhoogd, waarna appellant schade aan zijn woning claimde. Het dagelijks bestuur van het waterschap wees het verzoek af op basis van een deskundigenadvies dat geen oorzakelijk verband aannemelijk achtte tussen de grondwaterstijging en de schade.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht was uitgegaan van het onafhankelijke advies van een deskundigencommissie. Appellant stelde in hoger beroep dat het causaal verband niet meer ter discussie stond en dat het advies onvolledig en onzorgvuldig was, onder meer vanwege onjuiste rapportages en onvoldoende aandacht voor alternatieve oorzaken.
De Raad van State overwoog dat het waterschap terecht een onafhankelijke commissie inschakelde en dat het advies zorgvuldig en begrijpelijk was opgesteld. Het grondwatermodel waarop de commissie zich baseerde was geverifieerd en aannemelijk, ondanks het ontbreken van historische nulmetingen. De vermeende schade kon niet worden toegeschreven aan de circa 10 cm grondwaterstijging, die marginaal was ten opzichte van reguliere schommelingen.
De Raad van State verwierp de bezwaren van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van 3 oktober 2017 bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie is bevestigd.