ECLI:NL:RVS:2017:524
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.C. Kranenburg
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing gedoogplicht en schadevergoeding waterstaatswerk
Het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân legde aan appellant een gedoogplicht op voor werkzaamheden in het kader van een waterstaatsproject en wees een verzoek om schadevergoeding af, omdat de vorige eigenaar een gebruikersovereenkomst had gesloten met het waterschap.
Appellant was niet partij bij deze overeenkomst en stelde dat hij niet adequaat was geïnformeerd over de verplichtingen en vergoeding, waardoor hij schade leed door het vergraven van zijn grond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de gedoogplicht terecht was opgelegd, gezien het geringe oppervlak en het ontbreken van onteigeningsgronden. Wel oordeelde zij dat appellant recht heeft op schadevergoeding, omdat hij niet kon worden gehouden aan de overeenkomst tussen het waterschap en de vorige eigenaar.
Het dagelijks bestuur werd opgedragen het besluit over de schadevergoeding te herzien binnen zes weken, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van schadevergoeding wordt vernietigd en het bestuur opgedragen dit te herzien; de gedoogplicht blijft gehandhaafd.