7.7.Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat, ook al is de diagnose ‘nieuw’, geen sprake is van een novum met betrekking tot de in het besluit van
25 januari 2012 gehanteerde afwijzingsgrond van een ‘andere ziekteoorzaak’. Ook ten aanzien van het tweede deel van het besluit van 25 januari 2012 – als sprake zou zijn van dezelfde ziekteoorzaak dan is de wachttijd van 52 weken niet volgemaakt – is geen novum ingebracht. Dat eiser stelt dat hij ten onrechte per 29 september 2003 hersteld is gemeld, is geen nieuw feit. Daar heeft rechtbank in de uitspraak van 20 februari 2013 namelijk al over geoordeeld.
Zijn de overige klachten een novum?
8. Eiser heeft verder nog een aantal klachten naar voren gebracht over de handelwijze van het UWV/GAK en de procedures in het verleden. Eiser stelt dat de medische onderzoeken van het UWV/GAK in het verleden tekort schoten en dat hij destijds ten onrechte niet medisch is onderzocht. Dit betreffen echter geen nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden die zich ná het eerdere besluit uit 2012 hebben voorgedaan noch zijn het feiten of omstandigheden die zich wel vóór het besluit van 2012 hebben voorgedaan, maar die niet vóór dat besluit naar voren konden worden gebracht. Eiser had deze klachten bovendien al bij de eerdere procedure naar voren kunnen brengen en heeft dat (deels) ook gedaan.
9. Gelet op het voorgaande heeft het UWV terecht geen aanleiding gezien om terug te komen van het besluit van 25 januari 2012. De afwijzing van het verzoek om niet terug te komen van dat besluit is naar het oordeel van de rechtbank niet evident onredelijk, omdat niet gebleken is dat het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is.
Duuraanspraak (herziening voor de toekomst)
10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV afdoende gemotiveerd dat geen sprake is van duuraanspraak. De primaire verzekeringsarts heeft zich in zijn rapport van
12 juli 2024 op het standpunt gesteld dat, op grond van de beschikbare informatie en de in 2023 gestelde diagnose FNS/conversiestoornis, er geen medische argumenten zijn om aan te nemen dat, met de kennis van nu, meer dan twintig jaar gelden (in 2001), de belastbaarheid achteraf bezien niet juist is vastgesteld. De verzekeringsarts concludeert dat de beschikbare informatie ook geen reden geeft om tot het oordeel te komen dat de beslissing van
25 januari 2012 achteraf bezien niet juist is geweest. De rechtbank kan deze motivering, mede gelet op wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen, volgen en is daarom van oordeel dat het UWV terecht ook herziening voor de toekomst heeft geweigerd.
Verzoek om schadevergoeding
11. Eiser heeft ook verzocht om toekenning van schadevergoeding in de vorm van nabetaling van de jarenlang ten onrechte niet toegekende WAO-uitkering. Dit verzoek wijst de rechtbank af, omdat niet is gebleken van een onrechtmatig besluit als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid onder a, van de Awb.
12. De rechtbank merkt tot slot op dat het de rechtbank duidelijk is – gelet op de stukken die eiser heeft geschreven en de toelichting die hij tijdens de zitting heeft gegeven – dat hij een andere visie heeft op wat aan zijn ziekte ten grondslag ligt en dat hij niet kan begrijpen dat hij na al die jaren – zelfs na de diagnose FNS/conversiestoornis in 2023 – niet (opnieuw) een WAO-uitkering krijgt, ondanks de toenemende klachten die hij ervaart. Deze uitspraak zal voor eiser dan ook een forse teleurstelling zijn. De rechtbank begrijpt die teleurstelling, maar heeft moeten constateren dat de visie van eiser onvoldoende wordt ondersteund door (medisch objectieve) stukken die in het dossier zitten. Daarbij is ook relevant dat de rechtbank de beoordeling moet maken over een situatie van ruim twintig jaar geleden. Het UWV beschikt niet meer over de stukken uit die periode omdat de bewaartermijn ruimschoots is verstreken. Hoewel eiser zelf nog een heel aantal stukken uit zijn arbeidsongeschiktheidsdossier had bewaard, is de omstandigheid dat mogelijk niet alle gegevens meer beschikbaar zijn, en de gevolgen daarvan, iets dat volgens vaste rechtspraak voor risico van eiser komt.