Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van
Coöperatie Mobilisation for the Environment, uit Nijmegen,
thans: de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur), verweerder
Rotterdam Airport B.V.uit Rotterdam, Rotterdam Airport
Coöperatie Mobilisation for the Environment, uit Nijmegen,
thans: de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur), verweerder
: Luchthaven Rotterdam The Hague Airportuit Rotterdam, Rotterdam Airport
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Achtergrond
Bestaand recht
Hierbij vraag ik namens Rotterdam Airport (“RTHA”) een vergunning aan op grond van de Wet natuurbescherming (“Wnb-vergunning”) voor Luchthaven Rotterdam The Hague Airport.
‘2.1 De activiteit waarvoor de vergunning wordt aangevraagd
Artikel 2.7, tweede lid, is niet van toepassing op projecten en andere handelingen ten aanzien waarvan, voor 1 februari 2009, op grond van een andere wettelijke grondslag dan artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 en met inachtneming van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn, een besluit is genomen waarbij dat project of die handeling is toegestaan, dan wel een aanvraag voor het nemen van dat besluit is gedaan en dat besluit na die datum onherroepelijk is geworden.’
4.3 Maatschappelijke effecten en overwegingen
‘4.3.2. Milieu-effecten
5. Gebieden en soorten met een beschermde status
‘5.2 Beschermde gebieden
‘Beoordelingskader
‘7. Conclusies
Verstoring van fauna door vliegtuigen en helikopters heeft een visuele en een auditieve component. Verstorende effecten nemen af bij toenemende vlieghoogte. Bij vlieghoogtes boven 3.000 ft worden op grond van het bestaande onderzoek geen effecten verwacht.
Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wordt, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voor ieder burgerluchtvaartterrein dat is aangewezen op grond van artikel 18 van Pro de Luchtvaartwet, aan beide zijden in het verlengde van de middellijn van de start- en landingsbaan op 100 meter van het einde van de baan een punt vastgesteld waar de geluidbelasting een bepaalde waarde niet te boven mag gaan.’
‘Binnen vijf jaar na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel K, van deze wet wordt een luchthavenbesluit als bedoeld in artikel 8.70, eerste lid, van de Wet luchtvaart, vastgesteld voor burgerluchthavens die op grond van artikel 8.1, tweede lid, van die wet van nationale betekenis zijn en waarvoor op grond van artikel 8.1a, derde lid, van die wet vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.’
Hierbij vraag ik namens Rotterdam Airport (‘’RTHA’’) een vergunning aan op grond van de Wet natuurbescherming (‘‘Wnb-vergunning’’) voor Luchthaven Rotterdam The Hague Airport.’
Het bestaande recht van Rotterdam Airport B.V. van NOx emissies van vliegverkeer incl. taxiën en APU, GPU, Platformverkeer en proefdraaien bedraagt: 88,8 ton/jaar. Ieder gebruiksjaar dient de luchthaven binnen deze emissie te blijven.
Artikel 11.9 van het Bal biedt de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften op te leggen. Dat kan op grond van artikel 11.9 lid 3 van het Bal alleen als het voorschrift niet aan een omgevingsvergunning verbonden kan worden. In dit geval is gebleken dat het project ‘Exploitatie Rotterdam The Hague Airport’ de bestaande rechten niet overschrijdt. Daarom is in de positieve weigering de aanvraag voor een vergunning afgewezen, omdat geen vergunning nodig is. Daardoor is het dus niet mogelijk een dergelijk voorschrift in een
‘Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling kan worden verbonden.’
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Habitatrichtlijn
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 4:2
Artikel 4:5
Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien: