ECLI:NL:RVS:2024:1147
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing milieuvergunning en natuurvergunning wijziging varkenshouderij
Zuiderzee B.V. vroeg een natuurvergunning aan voor de wijziging van een varkenshouderij in Creil. Het college van gedeputeerde staten van Flevoland wees de aanvraag af op grond van artikel 9.4, achtste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb), omdat de aangevraagde situatie geen toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zou veroorzaken ten opzichte van de referentiesituatie, ontleend aan een milieuvergunning uit 2008.
De rechtbank vernietigde dit besluit, stellende dat de milieuvergunning geen bewijs leverde dat bij de verlening ervan een toets aan artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn had plaatsgevonden. De milieuvergunning kon daarom niet als referentie worden gebruikt voor intern salderen.
In hoger beroep voerden het college en Zuiderzee aan dat de milieuvergunning wel degelijk voldeed aan de vereisten van de Habitatrichtlijn en dat de toetsing toereikend was gezien de locatie nabij het IJsselmeer, dat minder stikstofgevoelig is. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat uit de toelichting bij de milieuvergunning blijkt dat geen toetsing aan de Habitatrichtlijn heeft plaatsgevonden en dat het college ten onrechte de milieuvergunning als referentie gebruikte.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de vernietiging door de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van MOB. Tevens werd griffierecht geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college en Zuiderzee wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het besluit tot afwijzing van de natuurvergunning wordt bevestigd.