Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 20 maart 2026
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- de historische nieuwprijs te laag is vastgesteld omdat moet uit worden gegaan van de bruto bpm van de auto en niet van het referentievoertuig;
- de inspecteur ten onrechte geen schade in aanmerking heeft genomen.
- Hebben auto's door de invoering van de WLTP/NEDC2 testmethode een hogere CO2-uitstoot gekregen?
- Worden WLTP/NEDC2 geteste auto's daardoor zwaarder belast?
- Zo ja, komt dit dan in strijd met artikel 110 VWEU Pro, omdat gelijksoortige referentievoertuigen die in dezelfde periode worden ingevoerd, doch waarvan de CO2-uitstoot is vastgesteld op basis van de NEDC1 testmethode, tot een lager bedrag in de heffing worden betrokken?
- Als WLTP/NEDC2 geteste auto's tot een hoger bedrag in de heffing van bpm worden betrokken, handelt de inspecteur dan in strijd met het vertrouwens- of rechtszekerheidsbeginsel, aangezien de staatssecretaris zich op het standpunt heeft gesteld dat de invoering van de WLTP/NEDC2bniet tot een hogere belastingdruk mag leiden?
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 3.550;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van een schadevergoeding aan belanghebbende tot een bedrag van € 800;
- veroordeelt de Staat tot betaling van een schadevergoeding aan belanghebbende tot een bedrag van € 2.200;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.200;
- bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 365 vergoedt.