Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres] uit [plaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren, het college
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Daarnaast betoogt eiseres dat ook als de gehuwdennorm rechtsgeldig is, de gehuwdennorm maakt dat bij inlichtingenverstrekking medewerking nodig is van haar broer. Vanwege de slechte relatie tussen eiseres en haar broer konden zij niet het verantwoordingsformulier samen invullen. Het recht op bijstand zou vast te stellen zijn als eiseres alleen haar eigen inlichtingen en niet die van haar broer hoeft te verstrekken. Eiseres is hiertoe alsnog bereid. In dat kader had het college moeten onderzoeken, waarom eiseres weigerde de inlichtingen te verstrekken en of zij en haar broer een huishouden delen.
De grond dat eiseres geen inlichtingen van haar broer zou kunnen verstrekken vanwege hun slechte relatie, slaagt ook niet. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep volgt namelijk dat de beide in de gezinsbijstand begrepen partners zich niet met succes kunnen beroepen op onbekendheid met activiteiten en de financiële situatie van de ander. Ook de weigering van één van de partners om mee te werken aan het verstrekken van inlichtingen komt voor rekening en risico van beide partners. [3] Eiseres kan zich er dus niet op beroepen dat zij zich niet kan verantwoorden voor de informatie die haar broer heeft verstrekt en dat zij geen inlichtingen van haar broer zonder zijn medewerking kan verstrekken. Bovendien blijkt uit de stukken dat haar broer wel het formulier heeft ingevuld en ondertekend.
De rechtbank oordeelt tot slot dat de inlichtingenverplichting een objectief geformuleerde verplichting is, waarbij verwijtbaarheid geen rol speelt. Eiseres heeft op het verantwoordingsformulier niet ingevuld of en hoeveel inkomsten zij had in de gevraagde periode en wat voor inkomsten dit waren. Ook daarna heeft zij dit niet gedaan. Dit is echter wel van belang voor de vaststelling van het recht op bijstand. Eiseres is er in het toekenningsbesluit en het opschortingsbesluit ook op gewezen dat dit een wettelijke verplichting is. Het college hoefde dus niet te onderzoeken waarom eiseres weigerde de inlichtingen te verstrekken zoals eiseres stelt. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.