ECLI:NL:RBGEL:2025:11129
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde nieuw gebouwde recreatiewoning inclusief omzetbelasting
Belanghebbende betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn nieuw gebouwde recreatiewoning op de waardepeildatum 1 januari 2022. Hij stelt dat de waarde moet worden vastgesteld exclusief omzetbelasting en aangepast naar de bouwstatus van 60% op die datum. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 18 lid 3 Wet Pro WOZ de waarde moet worden bepaald naar de toestand op de toestandsdatum 1 januari 2023, toen de woning volledig was opgeleverd en in gebruik genomen.
De waardebepaling dient plaats te vinden op basis van de waarde in het economisch verkeer (WEV) via de vergelijkingsmethode, inclusief omzetbelasting, ook als belanghebbende ondernemer is met recht op aftrek. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de vrij op naam (VON)-prijs inclusief grond en meerwerk niet de WEV vertegenwoordigt, ondersteund door een taxatierapport met vergelijkingsobjecten.
Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. Ook het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, omdat het financiële belang niet aannemelijk is gemaakt en de termijnoverschrijding minder dan twaalf maanden bedraagt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.