De rechtbank Gelderland behandelde het beroep van eiser tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €356.000 door de heffingsambtenaar. Eiser stelde een lagere waarde van €270.000 voor op basis van een taxatierapport. De rechtbank oordeelde dat twee van de drie vergelijkingsobjecten van verweerder onvoldoende vergelijkbaar waren en dat het taxatierapport van eiser onvoldoende onderbouwd was.
Gezien de gebreken in de vergelijkingsobjecten en de beperkte onderbouwing van de invloed van verschillen op de waarde, stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €335.000. Daarnaast matigde de rechtbank de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder het gelijktijdig behandelen van 228 bezwaren en de overlap in geschilpunten.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €1.706,52, inclusief griffierecht en kosten taxatierapport. De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraak op bezwaar en leidt tot vermindering van de aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing.