Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiser] , te [woonplaats] , Zwitserland, eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Vervallen belang
evidentin strijd met de wet. Dit volgt al uit het feit dat verweerder zelf bij de ambtshalve opgelegde aanslagen het inkomen uit sparen en beleggen bij helfte heeft gedeeld, hoewel uit de berekening die is gevoegd bij de aanslag op naam van [persoon J] volgt dat het saldo van de banktegoeden van eiser (gemiddeld over 1 januari en 31 december 2010) aanzienlijk hoger was dan dat van [persoon J] . Ook verweerder is er toen klaarblijkelijk van uitgegaan dat zij fiscaal partner waren.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2010 tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 71.452, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van nihil en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van nihil;
- vernietigt de beschikking heffingsrente;
- vernietigt de boetebeschikking;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiser te vergoeden.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;