Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 21 februari 2019
[X] , te [Z] , eiser
de ontvanger van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
In de bijlage vindt u een specificatie van het bedrag dat u moet betalen. (…) U moet het bedrag waarvoor u aansprakelijk bent gesteld, betalen voor 27 december 2016. Daarna bent u over dit bedrag invorderingsrente verschuldigd.” Hieruit valt af te leiden dat invorderingsrente nog geen onderdeel uitmaakte van het bedrag van de aansprakelijkstelling. Uit de bijlage bij de beschikking is weliswaar bij het staatje ter toelichting op de aansprakelijkstelling voor het tijdvak 3e kwartaal 2014 (aanslagnummer: [000] ) onder invorderingsrente “pm” opgenomen, maar het heeft er alle schijn van dat toch invorderingsrente is meegenomen om te komen tot het totaalbedrag van de aansprakelijkstelling voor deze belastingaanslag van € 10.701,71, terwijl dit niet uitdrukkelijk aan eiser kenbaar is gemaakt.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;