Belanghebbende, een ondernemer in auto’s en autoschadeherstel, werd verdacht van deelname aan omzetbelastingfraude over de periode 2001-2004. Naar aanleiding hiervan startte de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst een strafrechtelijk onderzoek en werd een boekenonderzoek uitgevoerd. Op 28 april 2005 werd een naheffingsaanslag opgelegd zonder voorafgaande mogelijkheid tot reactie van belanghebbende.
De Rechtbank vernietigde deze naheffingsaanslag wegens schending van het verdedigingsbeginsel, maar handhaafde een tweede naheffingsaanslag waarop belanghebbende wel kon reageren. Het Hof Den Haag oordeelde echter dat het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging bij ernstige fraude niet van toepassing is en verwierp het beroep van belanghebbende.
De Hoge Raad stelt dat het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging een fundamenteel Unierechtelijk beginsel is dat ook geldt bij belastingfraude. Het recht om gehoord te worden voorafgaand aan een bezwarend besluit kan slechts beperkt worden indien dit noodzakelijk is voor een algemeen belang en mits geen onevenredige aantasting van de kern van het recht plaatsvindt. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbeoordeling met inachtneming van deze uitgangspunten.