Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 25 juni 2019
Stichting [X] , te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almelo, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“1. De Werkzaamheden
.In geschil is of de naheffingsaanslagen LH terecht en tot de juiste bedragen aan eiseres zijn opgelegd. Ten eerste is in geschil of sprake is van een dienstbetrekking tussen eiseres en het personeel. Indien deze vraag bevestigend moet worden beantwoord, is ten aanzien van de naheffingsaanslagen met dagtekening 26 en 27 oktober 2017 in geschil of verweerder terecht toepassing van de vrijwilligersregeling heeft geweigerd en of een bijtelling vanwege privégebruik van de auto in aanmerking moet worden genomen voor de auto met kenteken [00-AA-BB] . Daarnaast zijn alle boetebeschikkingen in geschil.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond voor zover gericht tegen de boetebeschikkingen opgelegd bij de naheffingsaanslagen LH van 26 en 27 oktober 2017;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover de uitspraken op bezwaar betrekking hebben op deze boetebeschikkingen;
- vermindert de boete opgelegd bij de naheffingsaanslag LH van 26 oktober 2017 tot € 326;
- vernietigt de boete opgelegd bij de naheffingsaanslag LH van 27 oktober 2017;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.532;
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van € 338 aan haar te vergoeden.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;