Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 25 april 2018
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Emmen, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
vande bruto-opbrengst in plaats van
overde bruto-opbrengst speelautomaten. De heer [A] verklaarde dat er op de aangiftebiljetten bij vraag 2b wordt gezegd dat er 29%
van2a moet worden berekend. Hierdoor is de stelling van hem dat het bedrag inclusief is en derhalve dient er 29/129 over 2a op het aangiftebiljet berekend te worden.
vande bruto-opbrengst en niet
overde bruto-opbrengst van speelautomaten. Tot slot betoogt eiseres dat haar standpunt wordt ondersteund in de literatuur en dat in de jurisprudentie (van de Hoge Raad) op dit punt nog geen uitsluitsel is gegeven.
overde heffingsgrondslag wordt geheven. De Wet KSB kent geen bepaling die vergelijkbaar is met artikel 38 van Pro de Wet OB, waaruit afgeleid kan worden dat de heffingsgrondslag inclusief de verschuldigde belasting is. De berekeningswijze van eiseres vindt geen steun in de wet dan wel de jurisprudentie. Verweerder heeft terecht naheffingsaanslagen kansspelbelasting aan eiseres heeft opgelegd.
eventueelpleitbaar standpunt en niet (ook) op het vertrouwensbeginsel. Dit ligt ook in lijn met het handelen door de Belastingdienst, aangezien over de periode juni 2011 tot en met juni 2016 geen vergrijpboetes zijn opgelegd. Verweerder bestrijdt dat eiseres een (geslaagd) beroep kan doen op het vertrouwensbeginsel.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;