Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 juli 2017
[eiser] , te [woonplaats] ( [land] ), eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- vernietigt het bestreden besluit voor zover het de boete betreft;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Eiser ontving bijstand en kreeg daarnaast een langdurigheidstoeslag. Verweerder trok de bijstand in en vorderde ten onrechte ontvangen bedragen terug omdat eiser niet had gemeld dat hij onroerend goed in het buitenland bezat en langer dan toegestaan in het buitenland verbleef.
Verweerder legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht, waarbij werd uitgegaan van grove schuld. Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij niet beschikte over het pand en niet bewust was van de meldplicht. Ook stelde hij dat de taxatiewaarde van het pand lager was dan verweerder aannam.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk over het onroerend goed kon beschikken en dat de taxatie van verweerder als deskundig kon worden beschouwd. De schending van de inlichtingenplicht was aannemelijk. De terugvordering van bijstand was daarom terecht.
Ten aanzien van de boete stelde de rechtbank vast dat verweerder niet had aangetoond dat sprake was van grove schuld. De omstandigheden verschilden niet wezenlijk van normale verwijtbaarheid. Daarom werd de boete verlaagd naar 50% van het benadelingsbedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het deel van het besluit over de boete, stelde de boete vast op €5.466,67, en veroordeelde verweerder in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wegens niet-melding van buitenlands vermogen wordt verlaagd naar €5.466,67, terwijl de terugvordering van bijstand gehandhaafd blijft.