Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 18 mei 2017
[X] , wonende te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Partijen zijn het er over eens dat de bevoegdheid tot het vaststellen van de onderhavige aanslag op 1 februari 2014 verviel.
- eiser heeft in 2009 een aanzienlijk negatief vermogen (€ 1.523.611);
- de eigen woningschuld van eiser aan de B.V. is aanzienlijk hoger dan de waarde van de woning. Voor de onderbouwing van zijn stelling dat de waarde van de woning inmiddels met 25 tot 30% is gestegen ten opzichte van de getaxeerde waarde in 2011 wordt slechts verwezen naar algemene transactieprijzen van de NVM. Een concrete op de woning betrekking hebbende onderbouwing ontbreekt;
- eiser heeft er zitting verklaard dat de woning momenteel een waarde vertegenwoordigd van tien tot twaalf miljoen euro. Ondanks zijn verhuizing naar Dubai is hij echter niet voornemens de woning te verkopen;
- eiser heeft (in verhouding tot zijn andere bezittingen) slechts zeer beperkt de beschikking over liquide middelen;
- tegenover de door de B.V. verstrekte leningen staan – zoals eiser zelf stelt –
- de schuld van eiser aan de B.V. is in de jaren na 2009 aanzienlijk toegenomen;
- eiser heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat aflossing van zijn schuld aan de B.V. slechts zal plaatsvinden op een door hem te bepalen economisch gunstig moment.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;