Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 21 juli 2016
[X] B.V., te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
1 april 2014.
- sprake is van een nieuw feit voor navordering;
- eiseres de vereiste aangifte heeft gedaan en of de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard;
- verweerder terecht de HIR in 2008 heeft laten vrijvallen in de belastbare winst en de dotaties in de jaren 2008, 2009 en 2010 terecht heeft geweigerd. Meer in bijzonder is in geschil of het vastgoed moet worden aangemerkt als bedrijfsmiddel of als voorraad en of sprake is van een herinvesteringsvoornemen;
- sprake is van een samenstel van rechtshandelingen met het oog op het ontgaan van artikel 12a Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb);
- het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel zijn geschonden;
- de boeten terecht zijn opgelegd.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;