ECLI:NL:RBGEL:2016:2933
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand en boete wegens niet gemelde schoonmaakwerkzaamheden
Eisers ontvingen bijstand volgens de WWB en werden onderzocht nadat melding kwam dat eiseres schoonmaakwerkzaamheden verrichtte zonder dit te melden. Verweerder herzag het recht op bijstand en vorderde terugbetaling van te veel ontvangen bijstand, en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank oordeelde dat de onderzoeksbevindingen, waaronder getuigenverklaringen, voldoende bewijs boden dat eiseres werkzaamheden verrichtte en inkomsten ontving die niet waren gemeld. Hierdoor was herziening en terugvordering van de bijstand terecht. Het beroep tegen deze herziening werd ongegrond verklaard.
Ten aanzien van de boete stelde de rechtbank vast dat verweerder de boete te hoog had vastgesteld door uit te gaan van opzet, terwijl slechts normale verwijtbaarheid kon worden aangenomen. De boete werd daarom verminderd tot €1.450, gebaseerd op de draagkracht van eisers en een periode van 12 maanden. Het beroep tegen de boete werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de hoogte van de boete betreft.
Daarnaast werden proceskosten van €992 aan eisers toegekend en het betaalde griffierecht van €45 werd vergoed. Het beroep tegen de boete werd ontvankelijk verklaard, tegen het herzieningsbesluit ongegrond en tegen het eerdere boetebesluit niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Beroep gegrond voor boete, boetebedrag vastgesteld op €1.450; beroep tegen herziening bijstand ongegrond verklaard.