Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 10 juli 2014
[X], te [Z], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- of de navorderingsaanslag binnen de termijn van artikel 16, derde lid, van de Algemene inzake rijksbelastingen (AWR) is opgelegd;
- of verweerder beschikt over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt;
- of de verkoopopbrengst van het pand moet worden aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden;
- of eiser thans nog kan kiezen voor het belasten van dit resultaat in 2006, zodat de navorderingsaanslag over 2005 moet worden vernietigd;
- of de makelaarscourtage van [F] van € 18.500 op het resultaat in mindering kan worden gebracht;
- of verweerder het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden;
- of eiser recht heeft op immateriële schadevergoeding.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;