Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Standpunt van de minister
- zijn identiteit, nationaliteit en herkomst;
- zijn problemen vanwege zijn lidmaatschap van de NUP en zijn activiteiten voor die politieke partij.
4.1 De minister heeft zich in het bestreden besluit, samengevat weergegeven, op het volgende standpunt gesteld. De minister volgt de door eiser opgegeven identiteit, nationaliteit en herkomst. De minister gelooft ook dat eiser, die een echt bevonden kopie van zijn lidmaatschapskaart heeft overgelegd, lid is (geweest) van de NUP en dat hij activiteiten heeft verricht voor deze partij. De minister gelooft echter niet dat eiser problemen heeft ondervonden vanwege die politieke activiteiten. Daarover heeft eiser volgens de minister onsamenhangend, onduidelijk en wisselend verklaard, onder meer over wie hem bedreigden, over de gestelde mishandelingen in 2017 en 2020, over de bedreigingen in 2022 en over de tegenstrijdige informatie over hem in het visumdossier. Het wel geloofwaardig geachte lidmaatschap van de NUP en de door hem verrichte activiteiten zijn op zichzelf volgens de minister onvoldoende om als vluchteling te worden aangemerkt of voor de conclusie dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Hierbij heeft de minister betrokken dat eiser sinds 2020 niet meer actief is geweest voor de NUP en de NUP inmiddels een grote legale partij is in Uganda. Om die reden wijst de minister de asielaanvraag van eiser af als ongegrond.
Is het verweerschrift te laat ingediend en moet dit stuk daarom buiten beschouwing blijven?
Geloofwaardigheidsbeoordeling in de Werkinstructie 2024/6
Herhaling zienswijze en de verwijzing van eiser naar de littekens op zijn lichaam7. Eiser heeft in de beroepsgronden de zienswijze van 28 november 2025 integraal herhaald en gesteld dat de minister hier niet gemotiveerd op is ingegaan. Ter zitting is desgevraagd aangegeven dat nu in het bestreden besluit uitsluitend subjectieve argumenten zijn gebruikt, niet anders kon worden gehandeld dan te volstaan met een herhaling van de zienswijze.
Conclusie
Beslissing
- als de minister beslist een fmo aan te bieden, dan moet de minister binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit nemen;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.
mr.B.L. Kosterman - Meijer, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026.