Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Inleiding
Het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
past ill-treatment provides a strong indication of a future, real risk of treatment contrary to Article 3), is door het verslaan van IS gewijzigd. Daarmee is er sprake van ‘goede redenen’, als bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van de Vw, om aan te nemen dat de vervolging en/of ernstige schade waaraan de Jezidi’s in Sinjar eerder blootgesteld zijn geweest zich niet opnieuw zullen voordoen. Er ontbreekt verder objectieve informatie waaruit volgt dat er thans nog steeds structureel sprake is van gericht geweld tegen Jezidi’s. Verweerder stelt terecht dat het Algemeen ambtsbericht Irak van november 2023 daarvoor geen aanwijzingen bevat. De rechtbank overweegt dat ook de door eiser overgelegde informatie geen aanleiding geeft om aan te nemen dat het eerder door IS tegen Jezidi’s gerichte geweld zich thans opnieuw of op vergelijkbare wijze en op grote schaal voordoet (‘real risk’). De op zichzelf zorgwekkende meldingen over het oplaaien van slapende IS-cellen zijn daarvoor onvoldoende. Verweerder heeft ter zitting terecht opgemerkt dat zich in de periode van oktober tot en met 8 december 2025 enkele geweldsincidenten hebben voorgedaan waarbij Jezidi’s betrokken waren, maar dat daarbij geen sprake was van gericht geweld, maar van familieomstandigheden.
Protection Considerationsvan de UNHCR van januari 2024 (p. 37-39) is de veiligheidssituatie in het overwegend Jezidische Sinjar-district (provincie Ninewa) zeer complex en fragiel, omdat verschillende binnenlandse actoren met elkaar wedijveren om de controle. Minstens acht milities strijden er om de militaire, economische en politieke macht, waardoor de instabiliteit in de regio voortduurt. Het EUAA-rapport “Iraq: Country Focus” van 8 oktober 2025 vermeldt dat het gebied is veranderd in een ‘transnationaal conflictcentrum’ en dat terugkeer om die reden wordt belemmerd (p. 129). Er is aldus sprake van een zeer precaire veiligheidssituatie voor burgers (brief VWN, p. 2, 4-5). Het EUAA, dat de veiligheidssituatie eerder al als blijvend fragiel omschreef (EUAA “Country Guidance: Iraq”, november 2024, p. 40), en het Algemeen ambtsbericht Irak van november 2023 (p. 68) beschrijven de veiligheidssituatie als het belangrijkste obstakel voor grootschalige terugkeer van ontheemde Jezidi’s naar Sinjar en de situatie heeft ook tot hernieuwde ontheemding uit het gebied geleid. Het Sinjar-akkoord van oktober 2020, dat de bestuurlijke en veiligheidsverhoudingen moest normaliseren, is tot op heden slechts gedeeltelijk uitgevoerd. De PKK kondigde in 2025 aan te zullen ontwapenen, maar de aanwezigheid van meerdere gewapende actoren en het uitblijven van effectieve implementatie van het akkoord houden de situatie complex. De feitelijke veiligheidscontrole over Sinjar blijft verdeeld. Daar komt nog bij dat een heropleving van IS in Irak weer is waargenomen en dat ook in Ninewa aanvallen door IS zijn geregistreerd. Eiser heeft in dit verband gewezen op nieuwsartikelen waaruit volgt dat aan duizenden gevangenen in Irak, onder wie leden van IS die verantwoordelijk waren voor de genocide op de Jezidi’s, gratie is verleend. Verweerder neemt in de gehele provincie Ninewa, waarin de Sinjar-regio ligt, de laagste gradatie van een ‘15c-situatie’ aan, vanwege onder meer Turkse bombardementen op doelwitten van de PKK en de YBS (een aan de PKK gelieerde gewapende groep van voornamelijk Jezidi-strijders) en aanhoudende spanningen tussen het Iraakse leger en de YBS. Ook mijnen en niet-ontplofte munitie vormen een gevaar voor burgers. Daarbij geldt wel dat het aantal burgerslachtoffers beperkt is. Verweerder heeft gewezen op informatie van ACLED waaruit blijkt dat in Sinjar, met 325.816 inwoners, in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 1 oktober 2023 24 burgerdoden zijn geregistreerd. Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat de veiligheidssituatie in de Sinjar-regio niet zodanig is dat alle burgers, waaronder Jezidi’s, aldaar een reëel risico lopen slachtoffer te worden van willekeurig geweld, maar dit neemt niet weg dat, vanwege de voortdurende strijd tussen milities om de controle over de regio, de veiligheidssituatie in Sinjar wel zorgwekkend is, wat de toch al lastige positie waarin de Jezidi’s daar verkeren (zie hierna) verder bemoeilijkt.
The New Region, waarnaar in de brief van VWN wordt verwezen, volgt dat meer dan 70 procent van Sinjar nog steeds in puin ligt als gevolg van de bezetting door IS in 2014. Het gebrek aan essentiële voorzieningen zoals gezondheidszorg, onderwijs en water maakt terugkeer vrijwel onmogelijk. De Iraakse overheid kondigde in juli 2024 aan alle hulp aan de vluchtelingenkampen voor Jezidi’s in de Koerdische Autonome Regio te stoppen, met slechts een eenmalige uitkering per gezin. Veel Jezidi’s keren onder druk van deze maatregelen terug naar Sinjar, maar treffen hun dorpen grotendeels verwoest en onveilig aan. Volgens IOM was tussen 2014 en 2017 in de stad Sinjar tachtig procent van de publieke infrastructuur en zeventig procent van de huizen verwoest. Ondanks daarvoor bestemde fondsen en inmiddels goedgekeurde aanvragen is er een gebrek aan compensatie vanuit de overheid voor materiële schade opgelopen in de strijd met IS, waardoor veel huizen, bedrijven, scholen en medische voorzieningen nog steeds beschadigd of verwoest zijn en functionerende voorzieningen te kampen hebben met personeelstekorten (zie Algemeen ambtsbericht Irak november 2023, p. 67). Uit het thematisch ambtsbericht Irak van november 2025 (p. 55) blijkt dat 88 procent van de binnenlands ontheemden die terugkeerden naar Sinjar onder zware leefomstandigheden leefde. De discriminatie en maatschappelijke uitsluiting van Jezidi’s belemmeren hun toegang tot voorzieningen, werk en bescherming des te meer.