Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9730

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
SGR 25/1677 en SGR 25/1691
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 3 onderdeel b AOWArt. 49 AOW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen duurzaam gescheiden leven bij herziening AOW-pensioen naar gehuwdennorm

Eisers hebben beroep ingesteld tegen de herziening van hun AOW-pensioen door de Sociale Verzekeringsbank (Svb), waarbij het pensioen werd aangepast van de norm voor alleenstaanden naar die voor gehuwden. Zij stelden dat zij duurzaam gescheiden leven en daarom recht hebben op een alleenstaande norm. De rechtbank heeft de feiten onderzocht, waaronder het feit dat eisers regelmatig contact hebben, samen sociale activiteiten ondernemen, elkaar bezoeken en zich naar buiten toe als stel presenteren.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de eisers geen afzonderlijk leven leiden, maar juist intensief contact onderhouden en zich als echtpaar presenteren. De noodzakelijke zorg die eiseres ontvangt, doet hieraan niet af. De rechtbank verwierp ook het argument dat de vragen van de Svb een onaanvaardbare inbreuk op de privacy vormen, omdat deze binnen de wettelijke bevoegdheid vallen.

Op grond van deze overwegingen verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en bevestigde zij de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm vanaf 1 oktober 2024. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Overdijk op 23 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 25/1677 en SGR 25/1691

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2026 in de zaken tussen

[eiser], uit [woonplaats 1], eiser

[eiseres], uit [woonplaats 2], eiseres

(gemachtigde: mr. M.A.E. Bol),
en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb), verweerder

(gemachtigde: mr. J.A.H. Koning).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen de herziening van hun AOW-pensioen. [1] Verweerder heeft het ouderdomspensioen van eisers naar de norm van een alleenstaande herzien naar de norm van een gehuwde. Eisers zijn het daar niet mee eens en vinden dat er sprake is van een duurzaam gescheiden leven. Aan de hand van wat eisers in beroep hebben aangevoerd beoordeelt de rechtbank of de besluitvorming van de Svb juist is.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Svb terecht het AOW-pensioen van eisers heeft herzien. Het beroep van eisers is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 12 september 2024 (primair besluit I) heeft verweerder het ouderdomspensioen van eiser ingevolge de AOW naar de norm voor een alleenstaande herzien naar de norm voor een gehuwde vanaf 1 oktober 2024.
2.1.
Bij afzonderlijk besluit van eveneens 12 september 2024 (primair besluit II) heeft verweerder het ouderdomspensioen van eiseres ingevolge de AOW naar de norm voor een alleenstaande herzien naar de norm voor een gehuwde vanaf 1 oktober 2024.
2.2.
De bezwaren van eiser en eiseres tegen de primaire besluiten zijn bij twee onderscheiden besluiten van 20 januari 2025 (de bestreden besluiten) ongegrond verklaard.
2.3.
Eisers hebben afzonderlijk van elkaar beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. De beroepsgronden zijn gelijkluidend.
2.4.
Verweerder heeft in beide zaken een verweerschrift ingediend.
2.5.
De rechtbank heeft de beroepen op 14 april 2026 gevoegd op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, eiseres en verweerder.

Gronden eisers

3. Eisers voeren aan dat sprake is van een situatie van duurzaam gescheiden leven in de zin van artikel 1, lid 3, onderdeel b van de AOW, zodat zij beiden afzonderlijk recht hebben op een AOW-uitkering naar de norm voor een alleenstaande. Zij zijn puur getrouwd vanwege de financiële voordelen. De wil om samen te leven ontbreekt. Ze wonen apart van elkaar en er is geen financiële verstrengeling. Eisers benadrukken dat er is alleen sprake is van noodzakelijke zorg in verband met de gezondheidssituatie van eiseres, maar geen wederzijdse zorg. Voor deze noodzakelijke zorg is er regelmatig contact nodig. In dat kader verwijzen eisers naar de door hen ingebrachte medische stukken. Eiseres heeft al geruime tijd een invalidepas vanwege haar lichamelijke klachten. De vragen in het vragenformulier van de Svb maken volgens eisers inbreuk op hun privacy.

Standpunt verweerder

4. De Svb stelt zich op het standpunt dat eisers voor meer dan de noodzakelijke zorg contact met elkaar hebben. Eisers ontmoeten elkaar regelmatig en hebben ook telefonisch regelmatig contact. Die contacten zijn frequent en hebben geen zakelijk karakter. Daarnaast ondernemen zij gezamenlijke activiteiten, zoals samen met vakantie gaan, samen koken en eten alsmede bij elkaar overnachten. Voorts blijkt uit de afgelegde verklaringen dat het huwelijk is aangegaan om de vriendschap een officiële status te geven, dat zij zich naar buiten toe presenteren als stel en dat wanneer een van hen overlijdt, de erfenis naar de langstlevende gaat.

Beoordeling door de rechtbank

Is er sprake van duurzaam gescheiden leven?
4.1.
Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW wordt voor de toepassing van de AOW als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij of zij gehuwd is.
4.2.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is van duurzaam gescheiden levende echtgenoten sprake als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  • ten minste één van hen wil de huwelijkse samenleving verbreken;
  • ieder van hen leidt afzonderlijk een eigen leven alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd;
  • ten minste één van hen bedoelt deze situatie als blijvend.
4.3.
Of aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Daarvoor is niet voldoende dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning. De huwelijkse samenleving kan immers bestaan zonder dat de echtgenoten samenwonen. Voor de beoordeling of mensen duurzaam gescheiden leven is verder niet van belang om welke redenen zij de huwelijkse samenleving niet (of nog niet, niet meer of niet opnieuw) hebben verbroken.
5. Uit de ingevulde vragenformulieren en de daarbij gevoegde toelichting van eisers leidt de rechtbank het volgende af. Eiseres leven al sinds hun ontmoeting in 1984 gescheiden en hebben ieder een eigen woning. De financiën zijn gescheiden. Ze ontmoeten elkaar regelmatig hetzij voor noodzakelijke zorg en hetzij voor andere redenen. Ze bellen elkaar en ondernemen vaak sociale activiteiten met elkaar zoals samen koken en eten, jaarlijks op vakantie gaan, en premières en andere publieksmanifestaties bezoeken. Eiseres geeft hierbij aan dat zij zich tijdens deze gelegenheden altijd voorstelde als de vrouw van haar man. De buitenwereld zag hen als een stel. Eisers zijn getrouwd om hun vriendschap een officiële status te geven. Zij overnachten zoveel mogelijk bij elkaar en hebben een sleutel van elkaars woning. Eiseres geeft aan dat het noodzakelijk is dat eiser over haar sleutel beschikt vanwege hartproblematiek waarmee zij kampt. Zij heeft regelmatig zorg nodig.
5.1.
De vraag of er in dit geval sprake is van duurzaam gescheiden beantwoordt de rechtbank ontkennend. Daarbij is van belang dat eisers zich aan de buitenwereld presenteren zich als een stel en dat zij vaak sociale activiteiten met elkaar ondernemen zoals op vakantie gaan, bij elkaar overnachten en premières bezoeken. Hieruit leidt de rechtbank af dat eisers geen afzonderlijk leven van elkaar leiden maar intensief contact met elkaar onderhouden. Dat eisers hebben verklaard dat ze zijn getrouwd om hun vriendschap een officiële titel te geven, wijst in dezelfde richting. Verder hebben eisers verklaard dat zij zijn getrouwd om de langst levende te laten erven. Hieruit blijkt dat eisers zorgdragen voor de huidige en toekomstige financiële situatie van elkaar. [3] Dat tevens sprake is van noodzakelijke zorg, maakt niet dat de hiervoor opgesomde elementen in een ander licht komen te staan.
5.2.
De verwijzing door eiser naar de uitspraak van de CRvB van 14 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY6807, leidt niet tot een ander oordeel. In die uitspraak betreft het een wezenlijk andere situatie. Weliswaar bleef de echtgenoot gedurende een bepaalde periode wekelijks bij de echtgenote overnachten, maar dit was uit efficiëntie-overwegingen. De maaltijdkosten werden dan gedeeld. Deze mensen gingen niet samen op vakantie en werden ook door de Belastingdienst als duurzaam gescheiden aangemerkt.
6. Voor zover eisers betogen dat de hen gestelde vragen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op hun privacy, stelt de rechtbank vast dat de Svb op grond van artikel 49 van Pro de AOW gerechtigd is om de noodzakelijke inlichtingen in te winnen om vast te kunnen stellen of sprake is van duurzaam gescheiden leven. [4] Niet is gebleken dat de gestelde vragen verder gingen dan dit doel rechtvaardigt. De grond slaagt niet.
7. Gelet op het voorgaande heeft de Svb terecht het ouderdomspensioen van eisers ingevolge de AOW naar de norm voor een alleenstaande herzien naar de norm voor een gehuwde vanaf 1 oktober 2024.

Conclusie en gevolgen

8. De beroepen zijn ongegrond. Eisers krijgen dus geen gelijk. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Çakir, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet.
2.Zie onder meer de uitspraak van 27 maart 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:475.
3.Zie onder meer de uitspraak van 14 maart 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:497.
4.Zie onder meer de uitspraak van 1 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2571.