Eisers hebben beroep ingesteld tegen de herziening van hun AOW-pensioen door de Sociale Verzekeringsbank (Svb), waarbij het pensioen werd aangepast van de norm voor alleenstaanden naar die voor gehuwden. Zij stelden dat zij duurzaam gescheiden leven en daarom recht hebben op een alleenstaande norm. De rechtbank heeft de feiten onderzocht, waaronder het feit dat eisers regelmatig contact hebben, samen sociale activiteiten ondernemen, elkaar bezoeken en zich naar buiten toe als stel presenteren.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de eisers geen afzonderlijk leven leiden, maar juist intensief contact onderhouden en zich als echtpaar presenteren. De noodzakelijke zorg die eiseres ontvangt, doet hieraan niet af. De rechtbank verwierp ook het argument dat de vragen van de Svb een onaanvaardbare inbreuk op de privacy vormen, omdat deze binnen de wettelijke bevoegdheid vallen.
Op grond van deze overwegingen verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en bevestigde zij de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm vanaf 1 oktober 2024. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Overdijk op 23 april 2026.