ECLI:NL:RBDHA:2026:9488
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening tegen UWV-besluit
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening aangevraagd tegen een besluit van het UWV van 9 december 2025, maar heeft dit verzoek op 1 februari 2026 ingetrokken omdat het UWV zijn bezwaar alsnog in behandeling heeft genomen.
Verzoeker verzocht bij intrekking om veroordeling van het UWV in de proceskosten op grond van artikel 8:75a van de Awb. De voorzieningenrechter beoordeelt dat dit artikel overeenkomstig van toepassing is op voorlopige voorzieningen, maar dat tegemoetkomen aan het verzoek alleen geldt indien het bestuursorgaan een voorlopige maatregel treft die onevenredig nadeel voorkomt.
Omdat het UWV enkel het bezwaar in behandeling heeft genomen en geen voorlopige maatregel heeft getroffen die het primaire besluit opschort of het gevraagde voorlopige doel bereikt, is er geen sprake van tegemoetkomen. Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling van het UWV wordt afgewezen omdat het UWV niet is tegemoetgekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening.