Uitspraak
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 7 mei 2025, tevens houdende incidentele vordering ex artikel 194 en 195 Rv;
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van Dexia, tevens
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie van Afnemer,
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie van Dexia;
- de conclusie van dupliek in reconventie van Afnemer, tevens houdende akte uitlaten
3.3. De feiten
- kopieën van de overeenkomsten van 25 juli 2001 met contractnummers [nummer 1] en [nummer 2] , voorzien van de tekst “
[adviseur] B.V.”;
[adviseur]”;
Financieel Advies”het volgende staat vermeld:
- dat ten onrechte de gemachtigde van Afnemer op zijn woord wordt geloofd, terwijl er juist door het feit dat er extreem veel tijd is verstreken tussen het afsluiten van de overeenkomsten en het moment dat Afnemer zich erop heeft beroepen dat hij is geadviseerd door de tussenpersoon, alle aanleiding is om behoedzaam met de verklaring van Afnemer om te gaan;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 135,00