ECLI:NL:RBDHA:2026:7140
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, met de Ethiopische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op het feit dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag volgens het Dublin-systeem.
Eiser voerde aan dat zijn medische situatie, waaronder een aanstaande heupoperatie en revalidatie, een overdracht aan Frankrijk in de weg staat. Tevens verwees hij naar het AIDA-rapport 2024 dat problemen met de opvang in Frankrijk zou aantonen. De rechtbank oordeelde echter dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden en dat de problemen in Frankrijk niet zodanig structureel en ernstig zijn dat sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank stelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Frankrijk niet adequaat geholpen kan worden of dat hij zich niet tot de Franse autoriteiten kan wenden. Ook is niet gebleken dat Nederland het aangewezen land is voor medische behandeling, aangezien Frankrijk vergelijkbare voorzieningen kent. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Tegen de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. Eiser kan binnen zes weken een verzetschrift indienen tegen de uitspraak op het beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.