Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen
[eisers] B.V. e.a., uit [vestigingsplaats] ,
het college van burgemeester en wethouders van Delft, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Onderbord - met venstertijden, te combineren met onderbord C22e en mottobord L215 te plaatsen onder de begin zoneborden C22c waarmee de nulemissiezone wordt afgebakend zoals bepaald in lid 2 van dit besluit.
Op onderbord OB204P worden de venstertijden als volgt vermeld:
zo: 10-12 h
Gemeenteblad [8] en van 10 juli 2024 tot en met 9 september 2024 heeft het ontwerpverkeersbesluit ter inzage gelegen, met de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Juist de zienswijzeprocedure is bedoeld om belanghebbenden de gelegenheid te geven om te participeren. Van verweerder kan niet worden verwacht dat hij tijdens de besluitvormingsprocedure iedere (mogelijke) individuele belanghebbende actief benadert. Het ter inzage leggen van het ontwerpbesluit is in beginsel voldoende. In totaal zijn er zeven zienswijzen ingediend, waaronder een zienswijze door de eigenaar van Het [pand] .
Eisers wijzen verder onder meer op de verminderde bereikbaarheid voor bezoekers, leveranciers en onderhoudspartijen. Bezoekers zullen worden afgeschrikt en dit leidt tot omzetderving. Daarbij valt te denken aan hotelgasten die ook door de (verhoogde) kosten voor een verblijf in de binnenstad zullen worden afgeschrikt. De verminderde bereikbaarheid van het pand zal bovendien leiden tot waardevermindering van het vastgoed en lagere huuropbrengsten.
De ondernemers, maar ook hun toeleveranciers, zullen forse investeringen moeten doen om het wagenpark te vernieuwen. Bestaande subsidieregelingen zijn inmiddels gesloten of zijn te beperkt van omvang. Eisers wijzen ook op praktische moeilijkheden, zoals de beschikbaarheid van elektrische auto’s, de beperktere actieradius van elektrische bedrijfs- en vrachtwagens, en de noodzaak van het hebben van een specifiek vrachtwagenrijbewijs (bij motorvoertuigen van >3.500 kilo), gelet op de zware accu’s.
Verweerder stelt bovendien ten onrechte dat doorberekening van significante kosten niet wordt voorzien. Het door verweerder hierover aangehaalde onderzoek ziet alleen op consumentenprijzen en niet op kosten die worden doorberekend door de toeleveranciers. Verweerder wijst erop dat de ondernemers om nadeelcompensatie kunnen vragen, maar dit is eenmalig en heft het concurrentienadeel niet op. Nu het kabinet zich op het standpunt heeft gesteld dat gemeenten het invoeren van een nul-emissiezone moeten uitstellen tot na 1 januari 2025, had verweerder dat standpunt moeten volgen.