Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend was in het boeken van vluchten voor zijn uitzetting naar Marokko en dat afspraken over een vergoeding niet werden nagekomen.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 5 maart 2026, nadat eerder de maatregel rechtmatig was bevonden. Uit de voortgangsrapportage bleek dat de Marokkaanse nationaliteit van eiser was bevestigd en dat een laissez-passer was aangevraagd en verwacht. De vlucht van 5 maart werd geannuleerd vanwege verzet van eiser tijdens het transport, waarbij geweld werd toegepast, hetgeen niet werd betwist.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld door snel een nieuwe vlucht te boeken en de uitzetting te plannen voor 24 maart 2026. Er was geen reden om het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.