ECLI:NL:RBDHA:2025:24096

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
NL25.59992
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96, derde lid, Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling

Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een aan hem opgelegde maatregel van bewaring door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel beoordeeld en oordeelde dat deze tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig was.

In deze procedure richt de beoordeling zich op de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 17 november 2025. Eiser heeft geen nieuwe gronden aangevoerd om het voortduren van de maatregel aan te vechten. De rechtbank heeft ambtshalve getoetst en geen onrechtmatigheden vastgesteld.

De opmerking van eiser dat hij drie dagen in een politiecel zou hebben doorgebracht in plaats van in het detentiecentrum, wordt door de rechtbank niet gevolgd, omdat het voortgangsrapport bevestigt dat eiser sinds oplegging van de maatregel uitsluitend in het detentiecentrum verbleef.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59992

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 5 november 2025 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. [1] Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 11 december 2025.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1989 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. [2] Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, ter beoordeling of sinds 17 november 2025 het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser geen gronden heeft ingediend tegen de voortduring van de maatregel van bewaring.
5. De rechtbank komt ambtshalve niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. De opmerking van eiser in het inleidend beroepschrift dat hij naar verluidt drie dagen in een politiecel is geplaatst in plaats van het detentiecentrum treft verder geen doel. Uit het voortgangsrapport blijkt namelijk dat eiser sinds de oplegging van de huidige maatregel van bewaring enkel in het detentiecentrum heeft verbleven.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep ongegrond; en
 wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 16 december 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Rb Den Haag (zittingsplaats Middelburg) 17 november 2025, ECLI:NL:RBHDA:2025:21598.