ECLI:NL:RBDHA:2026:3064

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
NL26.5934
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling met zicht op uitzetting

Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 5 november 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting en beoordeelt of het voortduren van de bewaring sinds 20 januari 2026 rechtmatig is.

Eiser stelt dat verweerder niet voortvarend handelt en dat het zicht op uitzetting ontbreekt, mede vanwege de duur van de bewaring en het verloop van een vertrekgesprek. Verweerder heeft een LP-aanvraag ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten en regelmatig gerappelleerd. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend is en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Marokko LP’s weigert.

De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard omdat verweerder voldoende voortvarend handelt en het zicht op uitzetting aanwezig is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.5934

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Verweerder heeft op 5 november 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 10 februari 2026.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1989 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring en de voortduring daarvan al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring en het voortduren daarvan tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraken ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. [1] Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, ter beoordeling of sinds 20 januari 2026 het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat verweerder niet voortvarend handelt waardoor het zicht op uitzetting ontbreekt. Eiser relateert dat eveneens aan de duur van de bewaring van drie maanden. Verweerder heeft alleen telefonisch een vertrekgesprek met eiser gevoerd. In dat gesprek is geen positieve terugkoppeling gekomen, zijn eiser geen constructieve vragen gesteld noch is verweerder met een oplossing voor eiser gekomen. Bovendien is eiser gebleken dat het IOM [2] geen contacten meer heeft met de Marokkaanse autoriteiten en heeft verweerder enkel formeel gerappelleerd bij die autoriteiten.
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser naar Marokko en dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt, niet in algemene zin, en ook niet in eisers specifieke geval. Voor eiser is op 14 november 2025 een LP [3] -aanvraag gedaan bij de Marokkaanse autoriteiten. Er zijn geen aanknopingspunten dat Marokko in het algemeen weigert LP’s te verstrekken en dat heeft eiser ook niet concreet gemaakt of onderbouwd. De rechtbank is daarbij van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan eisers uitzetting. Eisers beroepsgrond over de gang van zaken bij het vertrekgesprek van 6 januari 2026 maakt dat niet anders. Uit het verslag valt op te maken dat eiser is geïnformeerd over de stand van zaken. Dat daarbij nog geen positieve terugkoppeling kon worden gegeven, is niet te wijten aan verweerder. Bovendien is te lezen dat eiser, ondanks dat hij aangeeft mee te willen werken aan zijn vertrek naar Marokko, daartoe zelf geen enkele actie heeft ondernomen. Daarnaast rappelleert verweerder regelmatig, voor het laatst op 29 januari 2026. Het LP-traject duurt op dit moment nog niet zo lang dat daaruit moet worden afgeleid dat geen LP voor eiser zal worden afgegeven. Daar zijn op dit moment ook geen indicaties voor. De beroepsgronden slagen niet.
6. De rechtbank heeft ook ambtshalve de overige aspecten die de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel betreffen beoordeeld en concludeert dat de bewaring in de te toetsen periode niet onrechtmatig is geweest.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 17 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Rb Den Haag (zittingsplaats Middelburg) 17 november 2025, ECLI:NL:RBHDA:2025:2159, 16 december 2025,.ECLI:NL:RBDHA:2025:24096 en 27 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1328.
2.International Organisation for Migration.
3.Laissez-passer.