Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 5 november 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 20 januari 2026.
Eiser betoogde dat er geen zicht op uitzetting naar Marokko bestaat vanwege het tijdsverloop, zijn ongedocumenteerde status en het vermeende gebrek aan voortvarendheid van de minister. De rechtbank stelde vast dat de maatregel eerder rechtmatig was en dat sindsdien de minister meerdere stappen heeft ondernomen, waaronder het indienen van een lp-aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken.
De rechtbank oordeelde dat het enkele tijdsverloop niet leidt tot het ontbreken van zicht op uitzetting. De minister handelt voortvarend door regelmatig vertrekgesprekken te voeren en navraag te doen bij de autoriteiten. Er is geen reden om het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.