Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser/verzoeker, hierna eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Procesverloop
Overwegingen
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Discriminatie vanwege zijn Jezidi achtergrond.
De minister vindt beide relevante elementen geloofwaardig, maar onvoldoende zwaarwegend voor vergunningverlening. De minister heeft dit als volgt gemotiveerd.
Eisers vrees voor de PKK bestaat uit aannames en speculaties en verklaringen van zijn ouders dat ze op zoek zouden zijn naar hem. Daar komt bij dat de PKK niet meer bestaat.
Wat betreft de vrees voor de algehele situatie in Irak wordt overwogen dat voor Irak wordt aangenomen dat er geen sprake is van één van de gradaties van willekeurig geweld waarbij, ongeacht de individuele omstandigheden van de vreemdeling en enkel op grond van de aanwezigheid aldaar, sprake is van een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 15, onder c, Kwalificatierichtlijn. Op grond van WBV 2025/3 neemt de IND voor Irak echter aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s [plaats 10] , [plaats 2] , [plaats 7] en [plaats 4] . Eiser heeft geen individuele omstandigheden aangedragen waarom hij wel een reëel risico zou lopen geconfronteerd te worden met willekeurig geweld.
Beoordeling door de rechtbankHet juridisch kader5.Uit het beleidvan de minister volgt dat de minister in het kader van de toets aan artikel 29, eerste en tweede lid, van de Vw 2000, de geloofwaardigheid van de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de asielmotieven beoordeelt, tenzij hij reden ziet om de feiten en omstandigheden alleen te beoordelen op zwaarwegendheid. In dat geval laat de minister kenbaar de geloofwaardigheid van het asielrelaas in het midden, met uitzondering van de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de identiteit, nationaliteit en herkomst van de vreemdeling. De minister beoordeelt vervolgens de zwaarwegendheid van de geloofwaardig gevonden feiten en omstandigheden die ten grondslag liggen aan de asielmotieven of de zwaarwegendheid van de feiten en omstandigheden waarvan de geloofwaardigheid in het midden is gelaten.
De minister heeft volledigheidshalve het hoger beroepschrift tegen de uitspraak van 4 februari 2023 in het geding gebracht en meegedeeld dat de Afdeling op 17 maart 2026 een drietal zaken over dit onderwerp op zitting heeft geagendeerd.