Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
[naam],
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
9 oktober 2024 [3] , welke uitspraak nadien meerdere keren is bevestigd [4] , volgt dat de minister nog steeds mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië. De Afdeling heeft in deze uitspraken geoordeeld dat niet is gebleken van structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Kroatië, waarvan de minister niet onkundig kon zijn en op grond waarvan de vreemdeling niet had mogen worden overdragen aan Kroatië. De Afdeling is daarbij ook ingegaan op de door eiseres genoemde pushbacks en de aangehaalde rapporten. De rechtbank overweegt verder dat eiseres, bij problemen, zich kan wenden tot de daartoe aangewezen autoriteiten in Kroatië. Niet is gebleken dat het niet mogelijk is om effectief te klagen bij de autoriteiten.