ECLI:NL:RBDHA:2026:4885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar over proceskostenvergoeding bezwaarfase WOZ-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of verweerder terecht 0,5 punt heeft toegekend voor de telefonische hoorzitting in de bezwaarfase van een WOZ-waarde bezwaar. Eiseres betwist deze toekenning omdat verweerder niet heeft gemotiveerd waarom is afgeweken van de forfaitaire regeling en omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat de telefonische hoorzitting op 27 mei 2025 heeft plaatsgevonden en dat verweerder in de uitspraak op bezwaar heeft nagelaten een deugdelijke motivering te geven voor de afwijking van de standaardregeling. Enkel verwijzen naar jurisprudentie is onvoldoende en vormt een motiveringsgebrek in strijd met artikel 3:46 Awb Pro.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden gedeelte van de uitspraak op bezwaar en bepaalt dat eiseres recht heeft op een vergoeding van 1 punt voor de hoorzitting. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De zaak is inhoudelijk behandeld samen met 17 andere samenhangende zaken, waarbij een factor 1,5 is toegepast voor de proceskostenvergoeding.
De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke motivering bij afwijking van forfaitaire proceskostenvergoedingen en bevestigt dat de bewijslast hiervoor bij verweerder ligt. De rechtbank past de wettelijke bepalingen van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de Wet WOZ toe bij de vaststelling van de vergoeding.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden gedeelte van de uitspraak op bezwaar over de proceskostenvergoeding en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de volledige proceskosten en het griffierecht.