ECLI:NL:RBNHO:2024:3995
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding bij naheffingsaanslag parkeerbelasting
Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting die door verweerder was opgelegd. Verweerder vernietigde de aanslag en kende eiser een proceskostenvergoeding toe op basis van een wegingsfactor van 0,25 vanwege het indienen van een standaardbezwaarschrift. Eiser stelde dat de vergoeding op basis van een wegingsfactor van 0,5 had moeten worden berekend, verwijzend naar richtsnoeren van gerechtshoven.
De rechtbank overwoog dat het richtsnoer niet voorschrijft dat bij parkeerbelasting altijd een wegingsfactor van 0,5 moet worden toegepast. De beoordeling van het gewicht van de zaak moet per geval plaatsvinden, waarbij de bewerkelijkheid en werkbelasting van de gemachtigde bepalend zijn. Omdat eiser slechts een standaardbezwaarschrift had ingediend en op de zitting een arrest had genoemd, was de werkbelasting zeer licht.
Daarom was de toegepaste wegingsfactor van 0,25 terecht. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak benadrukt het belang van een individuele beoordeling van de zwaarte van de zaak en de daarmee samenhangende werkbelasting.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de wegingsfactor van 0,25 voor de proceskostenvergoeding wordt bevestigd.