ECLI:NL:RBDHA:2026:4865
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke procedure over proceskostenvergoeding bij WOZ-bezwaar
Eiseres betwistte de toekenning van 0,5 punt voor de telefonische hoorzitting in de bezwaarfase van haar WOZ-bezwaar tegen de vastgestelde waarde van een woning. Verweerder had de waarde verlaagd en een proceskostenvergoeding toegekend, inclusief 0,5 punt voor de hoorzitting. De rechtbank stelde vast dat verweerder in de uitspraak op bezwaar onvoldoende had gemotiveerd waarom werd afgeweken van de forfaitaire regeling van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen bij verweerder ligt. Enkel verwijzen naar jurisprudentie volstaat niet als motivering. De telefonische hoorzitting vond plaats met 18 samenhangende zaken, waarbij alle bezwaren gegrond werden verklaard. De rechtbank paste de forfaitaire regeling toe en matigde de vergoeding tot 1 punt voor de hoorzitting.
Daarnaast werd de proceskostenvergoeding in de beroepsfase berekend met toepassing van de wettelijke vermenigvuldigingsfactor uit de Wet WOZ en een factor vanwege samenhangende zaken. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden deel van de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en de toekenning van 0,5 punt voor de telefonische hoorzitting in de bezwaarfase is vernietigd.