ECLI:NL:RBDHA:2026:4863
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bezwaarfase WOZ-waarde woning
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarbij behorende aanslag. Verweerder heeft het bezwaar gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend, waarbij 0,5 punt werd toegekend voor het bijwonen van een telefonische hoorzitting. Eiser betwist deze toekenning en stelt dat verweerder niet heeft aangetoond dat sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de forfaitaire regeling rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat de telefonische hoorzitting op 27 mei 2025 heeft plaatsgevonden en dat 18 zaken van dezelfde gemachtigde gelijktijdig zijn behandeld. Verweerder heeft nagelaten een deugdelijke motivering te geven voor de afwijking van de forfaitaire regeling en volstaat met een verwijzing naar jurisprudentie, wat onvoldoende is. Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek en is het besluit in strijd met artikel 3:46 Awb Pro.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit voor zover het de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting betreft en bepaalt dat eiser recht heeft op een vergoeding van 1 punt. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De rechtbank houdt rekening met samenhangende zaken en past de wettelijke vermenigvuldigingsfactor toe voor de beroepsfase.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting wordt vastgesteld op 1 punt met vergoeding van proceskosten en griffierecht.