ECLI:NL:RBDHA:2026:4860
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bezwaarfase WOZ-waarde woning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van de proceskostenvergoeding door verweerder in de bezwaarfase van een WOZ-zaak over een woning in Rijswijk. Verweerder had 0,5 punt toegekend voor een telefonische hoorzitting, maar gaf geen nadere motivering voor deze afwijking van de forfaitaire regeling in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De rechtbank stelt vast dat de bewijslast voor bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen bij verweerder ligt. Verweerder verwees slechts naar jurisprudentie zonder eigen motivering, wat een motiveringsgebrek oplevert en strijdig is met artikel 3:46 Awb Pro. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betreft.
De rechtbank bepaalt dat eiser recht heeft op een vergoeding van 1 punt voor de hoorzitting, wat neerkomt op € 80,88. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. De zaak is inhoudelijk behandeld samen met 17 soortgelijke zaken, waarbij een samenhangfactor is toegepast voor de berekening van de proceskosten in de beroepsfase.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting wordt vastgesteld op 1 punt, met vergoeding van het griffierecht.