ECLI:NL:RBDHA:2026:4853
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij telefonische hoorzitting in WOZ-bezwaarprocedure
Eiser betwistte de toekenning van 0,5 punt voor de telefonische hoorzitting in de bezwaarfase van een WOZ-waarde bezwaarprocedure. Verweerder had de proceskostenvergoeding gebaseerd op een forfaitaire regeling met een matiging wegens bijzondere omstandigheden, zonder nadere motivering.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet had toegelicht waarom werd afgeweken van de forfaitaire regeling, wat een motiveringsgebrek opleverde. De bewijslast voor bijzondere omstandigheden lag bij verweerder, die dit niet voldoende had onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat eiser recht heeft op een vergoeding van 1 punt voor de hoorzitting, conform de standaardregeling in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Tevens werd rekening gehouden met samenhangende zaken en de wettelijke vermenigvuldigingsfactor voor de beroepsfase.
De uitspraak op bezwaar werd vernietigd voor zover deze de proceskostenvergoeding betrof. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser. De procedure vond plaats in samenhang met 17 andere vergelijkbare zaken, waarbij dezelfde gemachtigde betrokken was.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit over de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting en bepaalt dat eiser recht heeft op een vergoeding van 1 punt, met vergoeding van proceskosten en griffierecht.