ECLI:NL:RBDHA:2026:21228
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en terugkeerbesluit na vertrek uit Schengengebied
Eiser, van Bengalese nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor studie die werd ingetrokken wegens onvoldoende studievoortgang. Verweerder legde een terugkeerbesluit op met een vertrektermijn en liet eiser signaleren in het Schengensysteem (SIS). Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit, met een verzoek om voorlopige voorziening.
Nadat eiser zich uit Nederland uitschreef en naar Portugal vertrok, werd het terugkeerbesluit vervallen verklaard en de SIS-signalering gewist, omdat hij het Schengengebied had verlaten. De rechtbank beoordeelde of eiser nog voldoende procesbelang had bij het beroep, nu het terugkeerbesluit en de signalering waren opgeheven.
De rechtbank oordeelde dat het procesbelang was komen te vervallen omdat eiser had bereikt wat hij wilde: opheffing van het terugkeerbesluit en wissen van de signalering. De vraag om proceskostenvergoeding gaf onvoldoende aanleiding tot inhoudelijke beoordeling. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De rechtbank wees ook een verzoek om griffierechtvrijstelling toe vanwege betalingsonmacht. Verweerder werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding omdat de opheffing van het terugkeerbesluit niet het gevolg was van een tegemoetkoming aan eiser, maar van gewijzigde omstandigheden. De uitspraak bevat tevens informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het terugkeerbesluit is vervallen en de SIS-signalering is gewist na vertrek van eiser uit het Schengengebied.