Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
[kenteken] . De auto is op 1 april 2024 gekeurd door de Dienst Wegverkeer (RDW).
koerslijst Autotelex Pro)
artikel 9, dertiende en veertiende lid, van de wet (https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806&artikel=9&g=2025-07-15&z=2025-07-15)blijkt de CO2-uitstoot van een personenauto of een bestelauto in gram per kilometer uit het kentekenregister.
artikel 22 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=22&g=2025-07-15&z=2025-07-15), dan wel het door de fabrikant ter zake afgegeven certificaat van overeenstemming;
artikel 26 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=26&g=2025-07-15&z=2025-07-15);
Uit de redactie van deze bepaling blijkt dat voor de vaststelling van de uitstoot sprake is van een rangorde, waarbij aan een methode eerst wordt toegekomen indien de eerdergenoemdemethodes niet tot een vaststelling hebben kunnen leiden.
In het onderhavige geval dient daarom met toepassing van het eerste lid het kentekenregister in het land van de eerste toelating als leidend te worden beschouwd. Bij gebreke aan de gegevens uit het kentekenregister dient in eerste instantie te worden teruggevallen aan een typegoedkeuring te ontlenen gegevens en daarna indien nodig op het zogenaamde ‘Certificaat van overeenstemming’. Voorts dient te worden bezien of een testrapport van de betreffende auto soelaas biedt. Indien dat allemaal niet het geval is, zijn de onder d genoemde metingen aan de orde. Niet valt uit te sluiten dat de door eiser verdedigde Scandinavische rekenmethode voldoet aan de onder d vermelde voorwaarden, maar dat is eerst aan de orde indien toetsing aan de bronnen, genoemd onder a, b en c, geen resultaat heeft opgeleverd. Daarnaast bestaat natuurlijk de mogelijkheid dat de uitstootwaardes die in de eerste drie bronnen zijn weergegeven zijn gebaseerd op deze berekeningsmethode. Ook dan kan de Scandinavische rekenmethode leiden tot de voor de vaststelling van de Bpm te hanteren CO²-uitstoot van de auto. Voor de door eiser gewenste toepassing van de methode in alle gevallen wanneer dit tot een voor de belastingplichtige gunstiger is, biedt de wet echter geen ruimte. Voor de conclusie dat deze bewijsregels kunnen leiden tot een uitkomst die onverenigbaar is met artikel 110 VWEU Pro ziet de rechtbank geen aanknopingspunten.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 4.889;
- draagt verweerder op de in rekening gebrachte belastingrente overeenkomstig te verminderen;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187 aan eiser te vergoeden, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening;
- verwijst voor de vergoeding van de immateriële schade en de vergoeding van de proceskosten naar de samenhangende zaak met zaaknummer SGR 24/23.
mr. S.W. van de Griend, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Informatie over hoger beroep
www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.