ECLI:NL:RBDHA:2026:19607
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende onderzoek naar adequate opvang en motiveringsgebrek
Eiser, afkomstig uit Deir ez-Zor, Syrië, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte de vrees van eiser voor de algehele veiligheidssituatie niet als asielmotief heeft erkend, maar passeert dit gebrek wegens een standpunt over die vrees in het besluit.
De rechtbank stelt dat de minister de verklaringen van eiser over zijn vrees voor rekrutering niet op de juiste wijze heeft beoordeeld, aangezien deze vrees niet onderdeel is van het asielrelaas en daarom plausibiliteitstoetsing vereist. De minister heeft voldoende landeninformatie betrokken, gebaseerd op het Algemeen Ambtsbericht januari 2026, en de rechtbank ziet geen aanleiding voor een ander oordeel.
De minister mocht concluderen dat eiser niet te vrezen heeft gerekruteerd te worden door Qassad, omdat Deir ez-Zor onder controle staat van het regeringsleger. De rechtbank bevestigt dat de minister de humanitaire situatie terecht buiten beschouwing liet bij de beoordeling van het willekeurig geweld.
Wel oordeelt de rechtbank dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de adequate opvang van eiser als minderjarige in Syrië. De minister stelde dat de ouders voor eiser zorgden, maar kon dit niet onderbouwen met een traceerbaar adres. Hierdoor is het besluit onzorgvuldig en moet de minister opnieuw besluiten nemen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de minister in de proceskosten van €1.868,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar adequate opvang en onvolledige motivering.