Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 17 oktober 2023 een asielaanvraag in die door verweerder op 17 december 2025 werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser op 12 februari 2026. Verweerder motiveerde onvoldoende waarom de laagste gradatie van willekeurig geweld in Syrië van toepassing zou zijn, met name door het nalaten van een beoordeling van de humanitaire omstandigheden zoals vereist in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 11 december 2025 waarin werd vastgesteld dat ook humanitaire omstandigheden die voortvloeien uit een gewapend conflict moeten worden betrokken bij de beoordeling. Verweerder baseerde zich op een EUAA-rapport van december 2025 en andere bronnen, maar deze motieven zijn onvoldoende om af te wijken van de eerdere uitspraak. De humanitaire situatie in Aleppo is niet minder ernstig dan in andere delen van Syrië.
Daarom is sprake van een motiveringsgebrek en wordt het bestreden besluit vernietigd. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Eiser krijgt tevens een proceskostenvergoeding van €1.868,- toegekend.