Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
22 oktober 2025 bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek op 27 november 2025 aanvaard op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening.
Refugees International” van 27 juli 2020, het AIDA-rapport “
Country Report: Spain 2019 Update” van april 2020 en naar het rapport van de “
Spanish Commission for Refugees” van 12 maart 2020. Ook verwijst eiser naar de uitspraak van het “S
enior High Court” van het Verenigd Koninkrijk. Ter illustratie van het overvolle Spaanse asielsysteem verwijst eiser naar het op 9 augustus 2020 gedateerde NOS-artikel “
Incidenten leggen kwetsbaarheid migranten in Spaanse groente- en fruitteelt bloot”. Eiser betoogt verder dat asielzoekers die op grond van de Dublinverordening aan Spanje worden overgedragen moeite hebben om toegang te krijgen tot opvang en de asielprocedure. Hij verwijst daarvoor naar het AIDA-rapport “
Country Report: Spain, 2023 Update” van 10 juli 2024 en de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 9 april 2024 [7] . Daarnaast betoogt eiser dat de minister zich er onvoldoende van heeft vergewist of uit algemene informatie blijkt dat er in Spanje mogelijk sprake is van structurele tekortkomingen in de behandeling van asielzoekers. Daarvoor verwijst hij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 27 maart 2024 [8] en de uitspraak van rechtbank Roermond van 12 juli 2024 [9] . Ook is onduidelijk hoe de minister heeft beoordeeld of er bijzondere, individuele omstandigheden zijn op grond waarvan de minister de asielaanvraag aan zich dient te trekken. Tot slot voert eiser aan dat de minister de overdracht aan Spanje moet staken, omdat er een inbreukprocedure tegen Spanje loopt. Uit de jarenlange en structurele gerapporteerde problemen en de gestarte inbreukprocedure blijkt dat Spanje op dit moment niet volledig aan zijn Unierechtelijke opvangverplichtingen voldoet. Er bestaat volgens eiser dus gegronde vrees dat bij een overdracht aan Spanje de Richtlijnen niet zullen worden nageleefd.
Country Report: Spanje 2022 Update” besproken en in de Afdelingsuitspraak van 24 juni 2024 het door eiser aangehaalde rapport “
Country Report: Spain 2023 Update”. De Afdeling heeft geoordeeld dat deze AIDA-rapporten geen wezenlijk ander beeld schetsen van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij de uitspraak van 8 juli 2021 is betrokken. Hetzelfde heeft de Afdeling overwogen in haar uitspraak van 25 november 2025 [14] ten aanzien van het recente AIDA-rapport “
Country Report: Spain 2024 Update” van 30 april 2025. Dit betekent dat de minister er in beginsel vanuit mag gaan dat Spanje zijn internationale verplichtingen tegenover eiser zal nakomen en dat de behandeling van eiser in Spanje niet in strijd zal zijn met artikel 3 van Pro het EVRM en artikel 4 van Pro het Handvest. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Spanje, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Spaanse autoriteiten, wel een reëel risico loopt op een met artikel 3 van Pro het EVRM en artikel 4 van Pro het Handvest strijdige behandeling. Eisers verwijzing naar de analyse van “
Refugees International”, het rapport van de “
Spanish Commission for Refugees” en het NOS-artikel “
Incidenten leggen kwetsbaarheid migranten in Spaanse groente- en fruitteelt bloot” maken dat oordeel niet anders, nu deze stukken niet recent zijn en dateren van vóór de hiervoor genoemde Afdelingsuitspraken. In de door eiser genoemde jurisprudentie ziet de rechtbank ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat er in Spanje sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure en/of opvangvoorzieningen. Mocht eiser hiermee toch problemen ondervinden, dan is het aan hem om hierover te klagen bij de (hogere) Spaanse autoriteiten. Niet is gebleken dat klagen hierover onmogelijk is of bij voorbaat zinloos.