ECLI:NL:RVS:2025:5661

Raad van State

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
BRS.25.001585
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel met Spanje

Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.

De Raad van State oordeelt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel met Spanje niet meer van toepassing is. Het aangehaalde AIDA-rapport over Spanje geeft geen wezenlijk ander beeld dan eerdere landeninformatie waarop eerdere uitspraken zijn gebaseerd.

Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Raad van State bevestigt de uitspraak en wijst het hoger beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

BRS.25.001585
Datum uitspraak: 25 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 14 oktober 2025 in zaak nr. NL25.33170 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 14 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J-A. Nijland, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak namelijk terecht overwogen dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat er ten aanzien van Spanje niet meer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Anders dan appellant betoogt, schetst het aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: Spain. 2024 Update" van 30 april 2025 geen wezenlijk ander beeld van de situatie van de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten dan volgt uit de landeninformatie die is betrokken in de uitspraken van de Afdeling van 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, van 27 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2880 en van 24 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2548.
1.1.        Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.        Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.
w.g. Kuijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Graat
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2025
307-1163