ECLI:NL:RVS:2025:5661
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van een appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, die op 14 oktober 2025 het beroep van de appellant ongegrond verklaarde. De appellant had op 21 juli 2025 een aanvraag ingediend bij de minister van Asiel en Migratie voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze aanvraag werd niet in behandeling genomen. De rechtbank oordeelde dat de appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er ten aanzien van Spanje niet meer uitgegaan kon worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank baseerde haar oordeel op het AIDA-rapport "Country Report: Spain. 2024 Update" van 30 april 2025, en concludeerde dat de situatie van de opvangvoorzieningen in Spanje voor Dublinclaimanten niet wezenlijk anders was dan in eerdere uitspraken van de Afdeling. Het hoger beroep van de appellant werd ongegrond verklaard, en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister werd niet verplicht om proceskosten te vergoeden.