Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
vaststellingdat eiser is ondergedoken (zonder nadere motivering) en uit het dossier blijkt ook niet welke feiten aanleiding zouden kunnen hebben gegeven tot de conclusie dat eiser is ondergedoken. Bovendien was feitelijk gezien ook geen sprake van onderduiken. Eiser verbleef naar eigen zeggen op de dag van de geplande (vrijwillige) overdracht (2 april 2025) op zijn kamer in het opvangcentrum. In de ochtend klopten medewerkers van de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) bij eiser aan om hem op te halen voor de geplande vlucht. Eiser heeft toen geweigerd om mee te gaan. Zijn beroep tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag zou namelijk enkele dagen later (op 10 april 2025) op zitting worden behandeld en eiser wilde de uitkomst van die procedure in Nederland afwachten. De medewerkers van de DV&O hebben dat genoteerd, en zijn toen (zonder eiser) weer vertrokken. Voor zover dat volgens de minister voldoet aan de definitie van ‘onderduiken’, is dat standpunt onjuist. [2]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868.