Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in met het argument dat hij door identiteitsgroei beter zijn homoseksualiteit kan verklaren. De minister wees de aanvraag af omdat hij de verklaringen en overgelegde documenten niet geloofwaardig achtte. De rechtbank bevestigt dat de minister voldoende gemotiveerd heeft waarom de verklaringen en documenten onvoldoende aannemelijk maken dat eiser in aanmerking komt voor bescherming.
De rechtbank overweegt dat de eerdere afwijzing van de homoseksualiteit van eiser in rechte vaststaat en dat eiser onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij persoonlijk is veranderd. De verklaringen over zijn relatie met [naam 4] zijn summier en bieden geen diepgang. Ook de verklaringen van derden en foto’s worden niet als doorslaggevend beschouwd. Deelname aan LHBTI-activiteiten geeft geen voldoende inzicht in persoonlijke ontwikkeling.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter T.M. Weeda en griffier C.L.M. Celie op 4 juni 2026.