Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2026 in de zaak tussen
[eisers sub 1],
het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop, het college
[vergunninghouder]uit [woonplaats], vergunninghouder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
e-mail stellen eisers vragen over de verleende omgevingsvergunning. Zij vermelden dat zij graag zo spoedig mogelijk iemand van de gemeente hierover willen spreken. Uit de strekking en inhoud van de e-mail kan niet worden afgeleid dat het – op dat moment – hun bedoeling was om daadwerkelijk bezwaar te maken. De gestelde vragen zijn daarom niet aan te merken als bezwaargronden. Daar komt bij dat eisers in hun e-mail aan het college van 9 september 2024 hebben aangegeven dat zij eventueel die week nog bezwaar willen maken. Ook daaruit leidt de rechtbank af dat eisers hun e-mail van 6 augustus 2024 kennelijk niet hebben bedoeld als bezwaarschrift.
e-mailcontact hebben gehad met het college over de verleende omgevingsvergunning. Uit de inhoud van die e-mails blijkt dat eisers op dat moment in staat waren om te corresponderen over de omgevingsvergunning. Niet valt in te zien waarom zij dan niet in staat waren om een (pro forma) bezwaarschrift in te dienen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- verklaart het bezwaar van eisers tegen het besluit van 30 juli 2024 niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat het college het door eisers betaalde griffierecht van € 194,- vergoedt.